Spring naar inhoud
GEBEUR-TE-LIJKE ONGEVALLEN

GEBEUR-TE-LIJKE ONGEVALLEN

Betreden op eigen risico

  • Over mij

Wil je weten wanneer er een volgende blog verschijnt? Vul hieronder je mailadres in:

  • 26 januari 2025

    Vooroordelen

    Ze stapten vlak voor me de bakker binnen. Een moeder, sjofel, in afgedragen kleren, en haar zoon, die duidelijk gehaast was. In trainingspak en hippe sneakers, leek hij recht uit een videoclip van een Amerikaans rapperscollectief weggelopen te zijn. Inclusief blingbling: gouden kettingen en ringen aan zo goed als elke vinger. ‘Kies maar,’ zij hij tegen zijn moeder. Die stond bedremmeld naar de grond te kijken in de ijdele hoop dat ze erdoor zou kunnen zakken.

    Ik voelde een plaatsvervangende schaamte en terwijl ik dat gevoel probeerde te verwerken werd er op mijn schouder getikt. Het was Lieve, de “vriendin” die ik na het debacle op de kerstmarkt liever nooit meer tegen het lijf was gelopen. Ook dat was ijdele hoop als je allebei in hetzelfde dorp woont. Een dorp met één bakker en één frietkot. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze. ‘Een brood kopen,’ antwoordde ik. Daarop verschoof Lieves aandacht naar de moeder en haar zoon.

    De moeder kende ik van ziens. Ze woont in een van de armetierige woningen wat verderop in onze straat, waarvan ik – elke keer als ik er voorbijkom – denk: wat moet het er koud zijn. Of vochtig. Kil. Treurig. Ik denk niet dat de vrouw daarvoor ooit al ‘s bij de bakker was binnengestapt. Een brood kost er vier euro zestig en een pistolet anderhalve euro. Ik kom er omdat het de enige bakker is in het dorp. Schaarste doet vreemde dingen met mensen. Geld ook. Dat zou de jongeman bewijzen.

    ‘Kies dan Ma,’ zei hij ongeduldig. Ik zag dat zijn moeder zich kapot schaamde. Ze koos een lang wit brood. Dat was niet naar zijn zin. ‘We komen hier pistolets kopen, Ma. Koffiekoeken en taart en van die shit. Geen brood.’ Hij nam uit de koelkast achter me zes pakjes charcuterie en vroeg de bakkerin een mengeling pistolets te nemen, én vier koffiekoeken, én die appeltaart én die doos chocolaatjes. ‘Wat doe je?’ vroeg de moeder. ‘Ik trakteer, Ma.’ En dat deed hij. Cash.

    Katholiek opgevoed  schoot me daar de parabel van de verloren zoon te binnen. Maar die kwam volgens mij berooid thuis terug aankloppen. Deze jongen had tonnen geld en alle cliché’s opgeteld – incluis de gepimpte bmw die voor de deur verkeerd geparkeerd stond – had hij de publieke opinie ongetwijfeld tegen zich. Drugs, fezelde Lieve in mijn oor. Bitcoins, fluisterde ik terug. Bendelid, repliceerde ze. Rijk getrouwd, wierp ik tegen. Mensenhandel – Producer. Diefstal – Beleggingen. Je bent naïef, zei Lieve. En jij vooringenomen, antwoordde ik.

    ’t Is allemaal makkelijk te verklaren wist de docent sociale psychologie, lang geleden. Zoals water de weg van de minste weerstand kiest, zo zijn wij voorgeprogrammeerd om de dingen rondom ons heen te interpreteren op manieren die onze eigen overtuigingen bevestigen. Het is een evolutionair feit dat het makkelijker is de slechte dingen in mensen te zien dan de goede. Iedereen met zijn eigen bias. Oordelen over die vooroordelen maakt me in hetzelfde bedje ziek.

    Terwijl ik de Haarbal losmaakte viel mijn oog op de zestal jonge gastjes die kwamen toegesneld. ‘Hij was hier hé,’ zei de jongen met het skatebord. ‘Ja, ik heb hem gezien,’ antwoordde de kleinste. ‘Welke kant is hij uitgereden?’ vroeg er een ander. ‘Was dat die rapper?’ ‘Jaha, je weet wel die ene die in de gevangenis heeft gezeten.’ Lieve had het ook gehoord. Ze keek naar me met een veelbetekenende blik die zowel afkeuring als triomf verraadde. Ik glimlachte alleen maar, zag dat het verhaal complexer was dan alle voorbarige conclusies bij elkaar opgeteld en dacht: is het niet mooier om gewoon te kijken… zonder…

  • 5 januari 2025

    Voornemens

    Niet dat het een doodsvonnis was, maar het lijstje voornemens van begin 2024 leek er aardig op. En het was ook niet dat ik met het mes op de keel gedwongen werd ze neer te schrijven (en na te leven jongedame), toch waren er enkele niet te negeren waarschuwingen. De huisarts onder andere, die had me geklist met te hoge cholesterolwaarden toen ik met een veel te lange winterdip bleef rondlopen. En de jeansbroek die weerspannig werd deed ook een duit in het zakje. Zo heb ik me tegen het einde van 2024 behoorlijk klemgereden, want afgevallen ben ik niet.

    Net zoals vele anderen heb ik een haat-liefde verhouding met goede voornemens. Half Vlaanderen zegt tegenwoordig dat ze niet meer aan goede voornemens doen. Het is dat ik me ooit eens heb voorgenomen ze te blijven maken. Daarnaast heb ik zo’n donkerbruin vermoeden dat al die andere “ik-doe-niet-aan-goede-voornemens-schreeuwers” stiekem wél voornemens blijven maken, alleen schreeuwen ze het niet meer van de daken. Want als je het aan niemands neus hangt, kan je op het einde van de rit alleen maar jezelf teleurstellen. Of net niet.

    Gelukkig ben ik half Vlaanderen niet want anders zou mijn blogstuk hier al eindigen.

    Het lukt me niet altijd om goede voornemens tot een goed einde te brengen. Het paar jogschoenen (het voornemen van 2022) zat te snel terug in de originele verpakking en van de weegschaal (het voornemen van 2020) is de batterij al heel lang plat en niet meer vervangen. De app van de Weightwatchers (het voornemen van 2024) is – ondanks dat ik er een heel jaar voor moest betalen – uit zichzelf gestopt met tips en aanmaningen te verzenden. Geen gepor meer, verloren zaak moeten ze daar gedacht hebben. Zo is door de jaren heen de ronde lijn een ronde lijn gebleven.

    Natuurlijk geloof ik dat ik met een kleine inspanning die ronde vorm ovaal zou kunnen krijgen. Het zijn gewoon eigenliefde en naastenliefde die me ertoe noopten dat niet te doen. Dat zit zo:  ik kan ontzettend droef worden van vies eten én honger kan me onaangenaam hangry maken. Slechte combinatie, ik weet het – maar ik zie mezelf te graag om met een rauwe wortel in de hand ongelukkig door het leven te gaan en voor het welzijn van naasten en collega’s is het best dat ik niet hangry wordt.

    Zodoende gooi ik het dit jaar over een andere boeg: in navolging van de voornemens van 2021 (minder stress) en 2023 (stoppen met roken) denk ik dat ik dit jaar begin met positieve vibes en haalbare voornemens. Zo is er is wel een vriendschap of twee die gereboot kan worden, de smartphone gaat op grijs en er zal geschreven worden. Véél geschreven worden.

    Spoiler: hét voornemen van 2024 blijft noodgedwongen nog even doorlopen (sorry collega’s). De huisarts gaf me uitstel tot mei van dit jaar; dan moet ik opnieuw mijn bloed laten analyseren op de vermaledijde cholesterolwaarden. Nu meen ik mij te herinneren ergens gelezen te hebben – of misschien heb ik het gehoord van Tine Embrechts en co – dat samen met de (peri-)menopauze ook cholesterolwaarden de hoogte kunnen inschieten. Zie je, mijn haar wordt ook dunner en mijn huid droger. Het idee om bij de huisarts de “peri”-kaart te trekken krijgt zo steeds meer vorm, maar weet: ik kies rond-uit voor naastenliefde.

  • 22 december 2024

    De Kreuner

    De buurman staat niet meer voor dag en dauw op. Dat deed die vroeger wel. Toen liet hij vanaf een uur of vijf (’s nachts!) de motor van zijn camionette onder ons slaapkamerraam draaien omdat zijn verf niet mocht afkoelen. De buurman is een binnenhuisschilder en binnenhuisschilders zijn blijkbaar elke ochtend lang in de weer met het nemen, verplaatsen, terugzetten, inladen, verdraaien en verschuiven van werkmateriaal. Ik heb hem daar ’s over aangesproken – niet over hoe hij zijn werk efficiënter zou kunnen organiseren – wel over dat laten draaien van die camionette en het gestommel onder het slaapkamerraam. Hij ging “zien wat hij er aan kon doen”. Drie maanden later waren onze gordijnen vervangen door een licht- en geluidswerend rolluik.

    Nu hoor ik de buurman vanaf een uur of zeven ’s morgens. Niet meer onder ons slaapkamerraam, maar door de muren heen. Het is weeral even geleden dat hij zijn camionette nog heeft ingeladen. Misschien is hij uiteindelijk wél aan de slag gegaan met mijn opmerking over het ochtendlijke gestommel. Misschien is hij ziek. Niet dat het er veel toe doet, want nu ligt de focus op het ophoesten van rochels in de ochtend en daarna is er gekreun, de hele dag lang. Het is een gekreun dat ik niet associeer met die ochtendlijke rokersreutel, maar wel met zijn Thaise vriendin die nog steeds in Thailand woont en waar hij naar toe wil. Dat hoor ik hem zeggen in de vurige telefoongesprekken die hij zo een keer per week met haar voert. ‘I Come to You. Soon,’ roept hij dan in Apu-Engels.

    Ik loop niet hoog op met Kreuners. Kreuners bezorgen me rillingen en ik hou niet van rillingen. Rillingen heb je niet onder controle. Ze zijn een van de (zichtbare) lichamelijke reacties verbonden aan emoties die ik niet voelen wil: schrikreacties bijvoorbeeld, empathische pijn is er ook eentje, en dan wat de Kreuners in me teweeg brengen: afschuw. Ik kan er niet mee om. Niet met de man die zich op de camping in een douchecabine kreunend afdroogt, niet met de werkman die kreunend een nieuwe kabel door het plafond trekt en niet met de buurman die zich kreunend naar een hoogtepunt toewerkt.

    Natuurlijk heb ik de buurman zo langs mijn neus weg gevraagd naar zijn gezondheid. Uit compassie, eigenbelang, en bezorgdheid ook, maar die was: ‘tiptop, behalve dan een klein rokershoestje zo ’s morgens af en toe’. Dat ik hem kon horen hoesten, wilde ik antwoorden, maar ik zweeg. Net zoals ik zweeg over de niet-zo-dikke gemeenschappelijke muur en over het gekreun dat ik de hele dag hoor. Toch was het een gamechanger: de wetenschap dat het kreunen van de buurman niet gezondheidsgerelateerd was maakte dat de empathische pijn uitgeschakeld kon worden. Daartegenover stond wel dat de plaatsvervangende emotie afschuw in uitvergrote proporties het haar op mijn armen deed rechtkomen, telkens ik de rukker, excuus, de rakker hoorde kreunen.

    Dus liet ik de radio heelder dagen opstaan. Ik praatte ook luider, in de hoop dat de buurman zou doorhebben dat wanneer hij mij, vice versa ik hem ook, horen kon. ‘Brengt geen zoden aan de dijk,’ zei de wederhelft terwijl hij het volume van de radio lager zette. Hij wist dat de buurman niet meer zo goed hoort en dat de man een sportfanaat is. Met name dan van cafésporten. Nu beeld ik me in dat buurman thuis in zijn zetel met een blik carapils en een koude pizza naar dartswedstrijden kijkt op een of andere sportzender. En dat de vele dartscompetities héél intens zijn om te volgen. En dat er héél veel pijltjes doel missen… En dat de buurman dan héél erg kreunt van de empathische pijn… De arme rakker.

  • 8 december 2024

    Kerstmarkt

    Mijn geloofwaardige-excuses-trommel was vorig jaar al leeg. Maar toen kon ik tenminste nog corona veinzen. Nu liggen de mondmaskers ergens onderaan in de kast en word je uitgelachen als je een verkoudheid ervan verdenkt een laatste stuiptrekking van de pandemie te zijn. Uiterst zelden zeg ik toe op dingen die ik niet graag doe. Daar is het leven te kort voor. Ook hou ik niet van drukte, temperatuurverschillen, duisternis, knisperende vuurkorven en ik lust al hélemaal geen jenever. Maar Lieve liet uitschijnen dat dit wel ‘s mijn laatste kans kon zijn. Je kan niet eeuwig uitnodigingen blijven afslaan, zei ze. Dus stemde ik in om met haar naar de kerstmarkt te gaan. Nog een keer passen zou betekenen dat Lieve me nergens nog voor zou vragen. Misschien was dat haar bedoeling, dacht ik nog, want ze wist donders goed dat ik kerstmarkten haat.

    Drie dagen lang rekende ik erop dat het voorspelde stormweer de organisatie ertoe zou nopen om de bazaar te annuleren. Helaas, wanneer de eerste foorkramers door de straat reden kon ik alleen nog op een afzegging van Lieve hopen. Niemand wil bij vijf graden Celsius voor zijn plezier regen en wind trotseren, ook Lieve niet. Ik besloot het lot een duwtje te geven en vroeg haar in een bericht of ze het weerbericht al bekeken had. Dat had ze, en dat ik het ook positief kon bekijken: door het slechte weer was de kans klein dat het er druk zou worden. De smiley die ze erachteraan plakte was voor weinig interpretatie vatbaar: ze dreef de spot met me en daar had ik een hekel aan.

    Klokslag acht uur stond ik naast de kerststal op het dorpsplein in de dikke, donkergrijze rook van smeulende vuurkorven te wachten op Lieve. Mijn paraplu, stukgewaaid, had ik onderweg in een vuilnisbak achtergelaten. Met afgunst keek ik naar de ezel,  de geit en de kippen die knus in het droge stro naast Jozef en Maria wel konden schuilen voor de rukwinden en de slagregen. Lieve (status: vrolijk) kwam meer dan een kwartier te laat. Ze had het einde van de hevigste regen afgewacht en zei dat ze echt wel gedacht had dat ik dat ook zou doen. Een verontschuldiging kwam er niet. Het was de tweede keer dat het door mijn hoofd flitste dat een einde van onze vriendschap misschien niet zo heel erg zou zijn. Maar vrienden waren we daar op dat moment vooralsnog wel, dus probeerde ik te glimlachen.

    Omdat het mij geen bal uitmaakte welke kramen we zouden bezoeken – en al helemaal niet in welke volgorde – liet ik het initiatief aan Lieve. Ze ging doelgericht langs de jeneverkramen van de scouts, de molengilde en de KLJ waar ze achtereenvolgens appeljenever, meloenjenever en oude Bols achteroversloeg. Bij het hamburgerkraam stelde ze vast dat ik weinig appetijt had. Je weet dat ik geen jenever lust en geen hamburgers eet, zei ik. Daar was ze het niet mee eens; hoe kon zij dat weten, want we waren in geen eeuwigheid nog samen uit geweest. De gedachte aan een (nabije) toekomst zonder haar, begon er vanaf dan steeds appetijtelijker uit te zien.

    Er waren al een paar rukwinden over het dorpsplein gescheerd maar een welgekomen pittig exemplaar bracht Lieve uit haar evenwicht. De hamburger kwakte tegen de grond, maar niet voordat het ding eerst een lang ketchupspoor over haar jas had getrokken. Vriend of vijand, behulpzaam als ik ben, liep ik naar het hamburgerkraam om extra servetten te gaan halen. Daar botste ik op een bullenbak (status: hongerig) die niet wilde dat ik voorstak. Ik probeerde nog te verduidelijken dat het mij enkel om de servetten te doen was, maar het wilde niet doordringen. De discussie ontaardde in een verbale krachtmeting waar ik me niet van mijn beste kant liet zien. Hij kon de boom in.

    Op de terugweg zag ik mijn buurman (status: strontzat) op me afkomen. Het was me ter oren gekomen dat hij nog een eitje met me te pellen had na het propagandakoekjesdebacle dat ik had met zijn vrouw. In poging hem te ontwijken liep ik in een grote boog rond de kerstmarkt heen. Bij Lieve aangekomen bleek dat het ketchupspoor verdwenen was. Dat ik traag was, zeurde ze, en dat haar broer al te hulp was geschoten. Broer, vroeg ik, maar ik zag hoe laat het was. De bullenbak van het hamburgerkraam keek me smalend aan. Ik wist niet hoe ik me daar nog kon uitpraten, en eerlijk gezegd: ik had er ook geen zin meer in. Mijn besluit was genomen en samen met dat besluit blies een rukwind de lichten van de kerstmarkt uit.

  • 24 november 2024

    P-e-r-i

    ‘Ik heb beslist dat ik niet meedoe,’ zei ik tegen de Wederhelft. ‘Waar heb je het over?’ vroeg die. ‘De perimenopauze,’ verduidelijkte ik. Het bleef even stil, dan antwoordde hij: ‘Ik wil nu niet de sfeerspons zijn, maar de menopauze kan je niet skippen, hoor.’ Sfeerspons. Dat woord had hij ergens opgepikt. Een collega van hem op het werk ook. Hun betrachting was om het zo vaak mogelijk te gebruiken en wijd te verspreiden zodat “sfeerspons” het woord van het jaar zou worden. Het is een echte kanshebber, wist de Wederhelft. En hij meende het.

    ‘De perimenopauze, “p-e-r-i” benadrukte ik. ‘Die bestaat niet,’ antwoordde de Wederhelft. ‘Die bestaat wél, maar ik doe dus niet mee.’ De Wederhelft bleef bij zijn standpunt: ‘Je kan niet uit een club stappen waar je niet bent bij ingeschreven.’ Hij had het wat gehad met de perimenopauzetsunami in de geschreven media en op televisie. ‘Er is werkelijk geen ontsnappen meer aan,’ zei hij. Hij had een punt. Straks schiet al die aandacht haar doel nog voorbij. Vrouwen én mannen worden bang gemaakt. Maar dat was net mijn punt: dat ik niet meedoe.

    De maandag daarop kregen we les over dialogen en hoe die uit te schrijven met tags en actiebeats en zo. De Meester zei: ‘Twee dames van in de vijftig in dialoog laten gaan over de menopauze levert weinig boeiends op. Laat een vrouw van begin de veertig dat gesprek voeren met een man van een eind in de vijftig en dan kan het interessant worden.’ Ik voelde aan mijn water dat de Wederhelft en de Meester in hetzelfde kamp zaten. ‘Geloof me vrij. Ik spreek uit ervaring: dat is niet zo,’ wierp ik op. De Meester – die getroffen door een acute aanval van brainfog vergeten was dat mijn Wederhelft een pak ouder is – liet zich door zijn verbeelding meeslepen en maakte er prompt een volgende opdracht van: ‘Zeshonderd woorden. Ik-perspectief.’

    Op veel empathie van de Wederhelft moest ik niet rekenen toen ik hem de volgende dag mijn relaas deed. Voor hem was het zo klaar als een klontje: er was een medicalisering bezig van een probleem dat er geen is, want niet elke ouderdomskwaal is “m-e-n-o” en al helemaal niet “p-e-r-i”. De Wederhelft kwam op dreef: ‘Als ik zo tegen mijn vijftigste in beweging probeerde te geraken, ging dat ook minder vlot hoor. Gewrichtspijn? Heus geen gebrek aan oestrogeen. Dat heet ouder worden. Haar dat dunner wordt op je kop? Hebben mannen ook last van hoor. En dan die befaamde brainfog! Alsof ik niet vergeet waar mijn sleutels liggen.’

    Ik gaf nog wat tegengas, toverde enkele argumenten op tafel die hij als een geoefende sfeerspons pareerde. ‘Opstaan boven de vijftig? Dat is niet opstaan met de vraag of je een pijntje zal hebben. Nee: opstaan boven de vijftig doe je met de vraag welk pijntje die dag het mééste pijn zal doen. Depressieve gevoelens? Zo onlogisch is dat toch niet wanneer je op het punt komt dat de helft van je leven al gepasseerd is? En voor dat baardhaar op je kin kan je gewoon mee naar mijn barbier gaan.’

  • 10 november 2024

    De hoofdletter

    “Dagelijks opschrijven wat mooi was aan die dag, maakt het leven mooier.” Het stond bovenaan een artikel van Maya Toebat. Eerst was er het slechte nieuws: Het is des mensen – zo citeerde ze verschillende psychologen – onze hersenen focussen op het negatieve omdat dat ons ooit een overlevingsvoordeel gaf. Daarbij komt dat “alles wat we aandacht geven in ons brein groeit”. Het verklaarde alvast veel: de zeurkousen van deze wereld konden er niets aan doen dat ze met de dag zuurder werden.

    Zoals de titel beloofde, volgde daarna het goede nieuws: Maya Toebat noteerde al geruime tijd elke avond drie dingen die haar die dag blij hadden gemaakt. Kleine dingen die haar dag kleur gaven. Zo maakte ze van dankbaarheid een “mindset”. En dat maakte haar vrolijker. Want, zo schreef ze, “door bewust dankbaar te zijn, kunnen we onze focus bijsturen en positiever in het leven staan”. ‘Jaha, zal wel,’ mompelde ik, alsof Maya mij rechtstreeks had aangesproken, ‘zo dadelijk schuift ook Phil Bosmans nog aan.’ Anderzijds, wat had ik te verliezen. Maya’s driepuntenplan had zich in mijn hoofd genesteld en liet me ook later die avond, in de auto, op weg naar de avondles, niet meer los.

    Wordt het geen tijd dat je in jouw stukjes de haarbal een hoofdletter geeft, werd er in de klas geopperd. Dat vond de Meester een terechte opmerking. Tja, maar dan moest ik samen met de Haarbal ook de wederhelft hoofdletter geven. En die “hoofdletter W” had hij vooralsnog niet verdiend. Dat begreep de Meester niet zo goed. De vrouwen in mijn klas waren wel mee: die wezen Beyoncegewijs naar hun ringvinger. Put a Ring on It, neuriede er een. ‘Zie je,’ zei ik, ‘die hoofdletters liggen momenteel wat gevoelig.’ De Meester schudde het hoofd. Vast geen top drie-momentje, dacht ik.

    Ik kwam thuis tegen een uur of elf. Naast een kwispelende haarbal stond de wederhelft me met een dampende tas jasmijnthee op te wachten. Wat waren ze toch lief, die twee. Ik vroeg de wederhelft naar zijn top drie van die dag. Die werd volledig door de haarbal ingevuld. Akkoord, ik had een hele dag gewerkt en was haastig naar school vertrokken. Een topdrieplaats zat er bijgevolg niet echt in. Daar kon nog wat goedgemaakt worden. Ik ging dicht tegen hem aan zitten, de tas thee tussen mijn handen geklemd, de vingers verstrengeld met het oor. Et voila, knus moment stond met stip op één.

    Voor de tweede en derde plaats kon nog gestreden worden. De krant die bij het ontwaken al in de bus stak. Samen met de collega’s wat plezier kunnen maken. De zon die scheen, op weg van werk naar huis. De vers gebakken speculaas die mijn vader had gebakken. De warme thuishaven die de prozales op maandagavond is geworden… Zonder alles dood te relativeren of Phil Bosmansadept te worden; dankbaarheid  is een strategie om veerkrachtiger in het leven te staan en voor iedereen iets om uit te proberen. En nee, het leven is geen Bob Ross schilderij, een baaldag is gepermitteerd. Maar zelfs op een slechte dag kan een praline lekker smaken.

    In de slaapkamer merkte ik dat de wederhelft het linnen beddengoed had vervangen door de zacht wollige flanellen dekbedovertrek. Misschien verdiende hij dan toch die hoofdletter.

  • 20 oktober 2024

    De buurvrouw

    Dat het even na zeven was wist ik zonder op de klok te kijken. Wim De Vilder leidde net zijn tweede onderwerp in. De ernst die hij daarbij aan de dag legde, deed me vermoeden dat hij de volgorde van de items een moeilijke keuze had gevonden. Een nieuwe nacht vol bommen in Beiroet of de kwestie Demir die niet kiezen kon tussen het ministerschap of de burgermeestersjerp. Net op het moment dat Demir haar non-issue voor de ene, verkiezingsbedrog voor de ander, wilde toelichten, werden haar woorden overstemd door de deurbel.

    Het was de buurvrouw. Met een pak hondenkoeken in de hand groette ze me zoals ze dat nooit eerder gedaan had. Goedlachs alsof we al jaren beste vriendinnen waren. De haarbal die kwam toegesneld rook de koeken, ik enkel argwaan. ‘Wat is hij toch een zoetje!’ kirde ze en ging daarbij door de knieën. Met haar vrije hand krabde ze de haarbal achter de oren. Op de achtergrond hoorde ik het wassende water van rivieren die in Bosnië uit hun oevers traden.

    Waarom ze aan mijn deur stond was een raadsel, maar nog voor ik haar kon vragen wat er aan de hand was keek ze moedig naar me op. ‘Ik wil je bedanken voor… voor… wel ja, dus kijk…’ Ze toonde de koeken aan de haarbal. Ik kon werkelijk niets bedenken waarvoor zij mij of de haarbal bedanken kon. We spraken elkaar amper. Ik twijfelde zelf aan haar voornaam. Gitta? Gerda? Begon haar naam überhaupt met een G? Gina? ‘Bedanken omdat we buren zijn?’ vroeg ik. ‘Dat is toch niet nodig?’ De buurvrouw aarzelde even. We hoorden Wim De Vilder de celstraffen opsommen die de Belgische militairen kregen na een uit de hand gelopen caféruzie in Noorwegen. ‘Koeken voor de hond, dus,’ zei ze. Mergpijpjes van een bekend merk. De haarbal zijn staart viel bijna van zijn gat. Hoofdschuddend zei ik: ‘Zo jammer dat hij allergisch is aan die koeken.’

    De buurvrouw forceerde in een glimlach haar tanden bloot. En alsof met zijn allergie de haarbal plots besmettelijk was geworden, stond ze recht. De koeken verdwenen in haar jaszak en uit een andere zak toverde ze een stapel verkiezingspropaganda tevoorschijn. ‘Wij komen op bij de verkiezingen,’ zei ze. Daar had je het: het geweer werd van schouder gewisseld. ‘Wie is die “wij”?’ vroeg ik. ‘Dat is mijn man. Jouw buurman. David. Dave voor de vrienden,’ antwoordde ze. ‘David?’ ‘Dave,’ verbeterde ze me en of ik al wist op wie ik volgende week zou stemmen. Dat wist ik, maar zolang Wim De Vilder bleef hangen bij de extra taks van de EU op Chinese importproducten wilde ik gerust van kromme haas gebaren. ‘Ik twijfel nog,’ antwoordde ik met gladgestreken gezicht.

    Zichtbaar opgelucht met die kans vroeg de buurvrouw of ze me een suggestie mocht doen. Ik nam de twee brochures van haar aan en scande ze vluchtig. ‘En waar stem ik dan op of voor?’ vroeg ik. ‘Op mijn man, mag ik hopen, die staat op de zeventiende plaats, daar, ziet u?’ Ze wees naar het rode vinkje naast de naam op de tweede rij in de vierde kolom. ‘En om op uw vraag te antwoorden, je stemt dan voor verandering.’ ‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘want zoals het nu gaat, gaat het…’ Ik maakte mijn zin met opzet niet af. ‘Niet goed, dus,’ zei de buurvrouw. Blij dat ik de boodschap bijna begrepen had.

    Toch, haar bezoek en het drukwerk vroegen om wat toelichting. Dat wilde de buurvrouw graag geven. De zones dertig? Afschaffen die handel.  Het bermbeleid? Gemillimeterd zoals het vroeger was. De KMO-zone? Uitbreiden. Hoe? Door subsidies te geven aan bedrijven die zich in de gemeente willen vestigen. Dus meer beton buiten de dorpskern? En in de dorpskern ook, want samen met de afgeschafte zone dertig moeten er ook meer parkeerplaatsen voor auto’s komen. Vlak bij de kerk en de winkels, want dat is goed voor de lokale middenstand. Weer gingen de tanden bloot. Achter me begon er een reportage over de wildgroei van appartementen in landelijke gemeentes en de daarbij horende mobiliteitsproblemen.  ‘Ongetwijfeld heeft de partij van je man ook daar een mening over?’ opperde ik. ‘Meer appartementen in de kern, dat is evident,’ antwoordde ze.

    Ik kuchte. Was het journaal naadloos in sport overgegaan? Nee, het ging dan wel over het WK Gravel, maar vooral ook over het natuurgebied waar ze dat weekend doorheen zouden baggeren. ‘Als je het niet erg vindt?’ Ik maakte aanstalten om terug naar binnen te gaan. ‘Natuurlijk,’ antwoordde ze en kon zich er toe brengen toch nog even over de haarbal zijn kop te wrijven. ‘Zal ik dan nog ’s terugkomen met grote-mensen-koeken?’ vroeg ze op een hoge kindse toon aan de haarbal? ‘Zal ik dat doen? Hé? Zal ik dat doen?’ ‘Zo goed als gehad,’ antwoordde ik in zijn plaats, ‘maar daar is hij ook allergisch aan.’

    Ik trok de haarbal bij zijn halsband naar binnen, wenste de buurvrouw nog veel succes, sloot de deur en bedacht me dan pas dat ze niet de haarbal maar mij wilde omkopen met de “grote-mensen-koeken”. Ik hoopte maar dat ik haar niet beledigd had. Misschien vond ze me gewoon gat-achterlijk. Dat was dan wederzijds. De brochures gingen in de papiermand en samen met de haarbal keek ik nog naar het laatste deel van het journaal: een “beestig verslag” over werelddierendag. Ik verwende de haarbal met een berg koeken zonder verkiezingsslogan en bedacht met hoeveel leute hij door het hoge gras rent en hoeveel veiliger de straat voor hem geworden was sinds die zone dertig was. Het was alleen maar te hopen dat de rest van het dorp diezelfde mening was toegedaan. Helaas.

  • 6 oktober 2024

    Plaatjes

    Voor dag en dauw (en alsnog te laat) rolde ik vorige week maandag uit bed. Snel-snel trok ik wat kleren die op de badrand lagen aan – te proper voor de wasmand, nog goed genoeg voor een dag thuiswerk. De ochtend verliep daarna net zoals alle andere dagen, repetitief met mezelf in ondergeschikte rol en volledig in het teken van de haarbal: een knuffel, een tot op de gram afgewogen trog droogvoer en een bak vers water, geschrok, gelebber, en daarna de ochtendwandeling. Het schemerde nog, dus wat deerde het: niet opgemaakt, met een rattekop en in een allegaartje van lagen kleding die onmogelijk bij elkaar konden passen, ging ik naar buiten.

    Daar bleek de schemer toch niet meer zo schemerig te zijn.

    We maakten het standaard blokje om, langs de exclusieve nieuwbouwappartementen die door de lokale projectontwikkelaar (en goede vriend van de burgemeester) op het laatste stukje groen in de straat waren neergepoot. Ik had haast. De haarbal niet. Zag ik de zon al opkomen? Inderdaad, en in die eerste zonnestralen stonden op de privéparking drie dertigers tussen hun Audi Q-GT-E-Tron 7 of 8 en een BMW X-weet-ik-hoeveel met gepersonaliseerde nummerplaten. Daartussen rende een tweeling van een jaar of drie heen-en-weer in identieke pakjes van Johny Bilfinger of Caloste of zo. Influencers. Ongetwijfeld. En van alle leeftijden.

    Natuurlijk, kromde net op dat moment de haarbal zijn rug en perste er een drol uit, zo groot dat ik betwijfelde of ik hem wel met één kakzakje kon opruimen. Dat lukte. En terwijl ik kunstig een knoop in het zakje draaide verscheen er een oranje gloed als aura rond het gezelschap op de parking. Ik ken fotografen die een vingerkootje zouden afgeven voor die lichtinval daar. Het had zo een beeld uit een reclamefolder van de A.S. kunnen zijn. ’t Zag er prachtig uit en ze wisten het.

    Doorgaans kan het me niet boeien wat anderen van me denken. Die bewustwording bleek toen ik het ontdekte behoorlijk bevrijdend te zijn. Kunnen zeggen wat ik wil. Doen wat ik wil. Waar ik wil. Niet doen waar ik geen zin in heb. Dingen mijden die mijn dag verstoren. Mensen ontwijken die mijn humeur ontwrichten. Heerlijk. Bijkomende plus: schaamtegevoel valt weg. Een vrijgeleide van jezelf is het, een vrijkaart, om buiten de lijntjes te kleuren. En toch die maandagochtend, voelde ik me een slons, dik, onverzorgd en bovenal geïntimideerd.  

    Andere dagen gunnen de bewoners van het luxevastgoed mij geen blik waardig, maar daar, in de meerderheid, bekeken ze mij alsof ik wat verderop uit een vuilnisbak was gekropen. Eentje meende ik zelf te zien kokhalzen, maar dat kon ook een oprisping geweest zijn van de ongetwijfeld koude koffie in die cup van Starbucks. God weet waar hij die gehaald had, want nergens in de wijde omtrek van ons keuterdorp kan je een Starbucksfiliaal vinden.

    We wonen op de boerenbuiten, wilde ik schreeuwen, maar ik had er de ballen niet voor. Ik stak dan maar de rug van mijn linkerhand omhoog. Vier stippen in hun richting. Allemaal samen tegen pesten! Stip It! Die is helemaal doorgedraaid, moesten ze gedacht hebben want het omhooggeschoten drietal rolde letterlijk met de ogen. Dan heb ik liever geen vrienden, mompelde ik. Voor geen geld van de wereld zou ik deel willen uitmaken van hun gesponsorde Instagramwereldje. De idylle aan het begin van de dag is ‘s middags doorprikt mocht je in hun kielzog lopen. Ze laten ons ook dat maar zien wat ze willen dat we zien. Plaatjes met filters. En zo startte de dag met wederzijdse vooroordelen. Iedereen vooringenomen.

  • 22 september 2024

    Gegijzeld

    Mijn neef (de voetballer, hij is een tiener nu) lachte me in het begin van de zomervakantie vierkant uit met het aantal likes dat ik verzamelde met mijn blogstukken. Facebook is zooo passé! Dat zijn tante een veertigplusser was, was voor hem geen excuus. Insta was hot! Tiktok ook, maar daarvoor moest je kunnen dansen of moesten meisjes zich kunnen schminken. Ik zag hem een inschatting maken. Insta, tante. JE-Moet een account op Insta maken.

    Wat later ging het tijdens een lunchpauze over blogs (foodblogs in het bijzonder) en de te volgen accounts op Instagram. Je-Moet jezelf er ’s in verdiepen! De collega die dat zei was vastbesloten me in te wijden. Ze toonde me prachtige kiekjes van eten, reizen, prestaties en creaties. Vaak zelfs gecombineerd. Pagina’s met het ene restobezoek na het andere. Blitse interieurs, kleurenfilters, terrassen met zonsondergangen. Influencers op de lekkerste en meest hippe plekken in de wereld.  Ik kreeg er honger van én goesting.

    Die goesting om er zelf mee te beginnen was er ook nog op onze laatste reis, weliswaar sluimerend in het achterhoofd. Verworden tot een idee dat met de tijd die verstreken was (en een herwonnen realiteitszin) steeds meer naar de achtergrond was verschoven. Klaar om geklasseerd te worden. Het had gewoon nog één finaal duwtje nodig. Zodus, daar, in een godvergeten streek in Frankrijk, enkele weken geleden, was het er nog steeds. Ook toen de wederhelft en ik de haarbal de hoogste heuvel in de regio opduwden. Met de belofte dat er een herberg op de top was, hadden de wederhelft en ik het aangedurfd om enkele kilometers aan de wandeling te breien. Zonder instemming van de haarbal. Dat heet overmoed. Overmoed wordt afgestraft.

    We moesten lang wachten op een garçon. Daarna nog langer op ons eten. Maar van zodra ik de karaf rosé binnen handbereik had was dat wachten al veel minder erg. In het midden van de tuin, naast de waterput, stond er een man van rond de dertig, type posterboy, met een selfiestick zichzelf en bij uitbreiding het hele terras te filmen. Vanuit alle windstreken werden er beelden geschoten. Hij zag dat het goed was en ging snel aan zijn tafeltje zitten want, in tegenstelling tot de rest van het cliënteel, had hij niet moeten wachten op zijn lunch. Wat er op zijn bord lag zag er verdraaid lekker uit. We konden ons niet herinneren dat het een keuze op de menukaart was.

    Posterboy stroopte zijn mouwen op, zette zijn baseballpet af en schikte en herschikte alles wat er op het bistrotafeltje stond. Zijn pet, het bord, de pet, de karaf water, het waterglas, de pet opnieuw, het servet, het glas rode wijn, mes, vork en zijn pet voor de vierde keer. Vervolgens maakte hij met de armen gestrekt een rechthoekje met duimen en wijsvingers. De beslissing was gemaakt: de lege stoelen die rond de tafel stonden, zette hij uit de imaginaire fotokader. Met drie verschillende toestellen filmde hij en schoot hij foto’s. De pet steeds centraal, de rest herschikte hij. En nog eens. En nog eens. Ik schonk me een tweede glas rosé in en leunde makkelijk achterover in mijn stoel. Het finale duwtje was daar. Het idee kon worden geklasseerd.

    Het was vermoeiend en op een manier eigenlijk ook triest om te zien, en niet alleen omdat zijn eten stond koud te worden. Wat een zonde, mopperde de wederhelft. Zijn maag knorde zo luid dat het oudere koppel naast ons het kon horen. Ze glimlachten begripvol, wezen naar hun lege tafel en dan schouderophalend naar het epicentrum van de actie. Posterboy had zonet bord en pet verlaten, liep op een drafje de herberg in en kwam seconden later terug naar buiten met een tweede glas rode wijn. Het glas dat nog op de tafel stond sloeg hij ad fundum achterover en verstopte hij in een bloembak. Uit beeld. Dan was het zover. Een eerste hap. Een foto. Een tweede en derde hap. Terug een foto. De baseballpet centraal. Gesponsord ongetwijfeld. Posterboy alleen aan tafel. Eten koud. Gegijzeld.

  • 8 september 2024

    De wandeling

    De wederhelft lag in de lappenmand en de haarbal lag ernaast. Als die twee al wilden wandelen dan was dat hooguit een kilometer of drie. Vier misschien, onder dwang. Ik twijfelde dus niet toen de vrouw met de snor me voorstelde om op dagtrip te gaan en de natuur in te trekken. Met de wandellaarzen stevig aangetrokken en knooppunten in de hand zetten we aarzelend onze eerste stappen. Het was weeral even geleden dat we elkaar zagen. ‘Hoe gaat het,’ werd er gevraagd.  ‘Goed,’ werd er geantwoord. Een begroeting verworden tot platitude. Want het gaat “goed” met ons. Ook als het minder goed gaat. Of ronduit slecht… Het was zinsbedrog: met enkel bomen en wat struikgewas als getuigen vielen we zo door de mand. De stilte hoefde niet lang te duren.

    ‘Het is een existentiële crisis,’ zei ik. ‘Het is de menopauze,’ zei de vrouw met de snor. We staarden naar het rimpelende wateroppervlak. Een koppel ganzen zwom voorbij met achter hen acht kuikens op een rijtje. ‘We zijn allemaal loonslaven,’ zei ik. ‘Het is het hogere echelon dat geen voeling meer heeft met de werknemers, ’ zei de vrouw met de snor. Een wolk schoof voor de zon. Het begon te druppelen en dan te stortregenen. Tien minuten later stonden we doorweekt naar een salamander te kijken die zich in een gracht tegoed deed aan muggenlarven en ander (on)gedierte.

    Je moet er geen metafoor in zien. Het was gewoon een salamander.

    ‘Ik weet niet of ik mijn job nog graag doe,’ zei ik. ‘Ik wéét dat ik mijn job niet graag meer doe,’ zei de vrouw met de snor. Ze keek naar de blauwe lucht en trok haar regenjas weer uit. Ik volgde haar voorbeeld. ‘Waar doen we het toch voor?’ vroeg ik. ‘Brood op de plank,’ zei de vrouw met de snor. ‘Dus we werken ons uit de naad gewoon om te kunnen overleven in de consumptiemaatschappij. Hoe stap je daaruit?’ ‘Kan je niet,’ antwoordde de vrouw met de snor. Een pony en een paard wandelden argwanend aan hun kant van de afsluiting achter ons aan, tot ze niet meer konden. Het paard steigerde. De pony brieste de prut uit zijn neus, draaide met de ogen en rende het paard achterna.

    ‘Had je geen groentetuin?’ vroeg de vrouw met de snor. ‘Had ik, antwoordde ik. ‘Te veel werk voor te weinig opbrengst. Het is een bloemenweide geworden.’ De vrouw met de snor knikte instemmend, plukte twee braambessen en reikte me er een aan. ‘Dus als ik het goed begrijp kan je  geen jaarvoorziening voedsel voor jou, je wederhelft en de haarbal telen.’ Ik werd gewaar dat ik in de val werd gelokt, aarzelde om te antwoordden en stak dan maar de braambes in mijn mond. De vrouw met de snor vatte dat op als een bevestiging van haar vermoeden. ‘Stel,’ zei ze, ‘dat we in de vijftiende of zestiende eeuw leefden, dan had je met dat knullige groentetuintje toch ook nog een wederdienst of twee moeten aanbieden om wat extra brood op de plank te krijgen of een dak boven je hoofd te kunnen veroorloven?’

    Daar had je het. Dienst voor wederdienst. Niet persé het ruilen van een karton eieren voor een kilo aardappelen, maar via een ingenieus systeem van waardepapieren. ‘Welke dienst zou je aanbieden in pakweg die zestiende eeuw?’ vroeg de vrouw met de snor. Die vraag moest ik laten bezinken. De scherpe, klagende roep van een roofvogel deed me halthouden. Met de hand tegen mijn voorhoofd tuurde ik de einder af. Kie-kee-kee. Het was een sperwer. ‘Ik zou brieven schrijven voor mensen die dat niet konden, denk ik. Of in een gasthuis werken of zo.’ De vrouw met de snor glimlachte en vroeg: ‘Mensen helpen, dus? Stel ik me daar dan verpleging of maatschappelijk werk bij voor?’

    Ik ging ervan uit dat dat een retorische vraag was en gromde. Dat had evengoed voor de hindernis op onze weg kunnen zijn, maar dat was het niet. We stonden voor de kruin van een omgevallen boom die het wandelpad versperde. We hadden weinig keuze. Simultaan tuurden we in de wei en besloten dat de koeien op een veilige afstand stonden te grazen. We kropen over de prikkeldraad. Drie stappen verder hoorde ik het kraken van een koeienvlaai onder mijn voet. Daar stond ik dan, in een  plavei smerige, stinkende smurrie die mijn schoen volledig omringde. De enige gedachte die nog door mijn hoofd speelde was: hoe krijg je dat in godsnaam proper. Er ontsnapte me een krachtterm. De vrouw met de snor was niet onder de indruk en zei: ‘Met stront onder je schoen relativeer je plots een pak meer, niet?’

    Exit existentiële crisis…

←Vorige pagina
1 2 3 4 5 … 10
Volgende pagina→
About

Privacy Policy

Terms & Conditions

Subscribe
Contact

Work with me

Services

Blog op WordPress.com.

  • Abonneren Geabonneerd
    • GEBEUR-TE-LIJKE ONGEVALLEN
    • Voeg je bij 66 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEBEUR-TE-LIJKE ONGEVALLEN
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen