Een zwaluw in de hand

We zagen haar tijdens een late avondwandeling. Met 33 graden was het eigenlijk nog te warm voor de Haarbal, maar een alternatief was er niet: Vlaanderen stond aan de vooravond van wat de warmste nacht ooit zou worden. De Haarbal was in de verzengende hitte niet vooruit te branden. Het lage tempo dwong ons tijd te doden. Dat is: schuifelen, meter voor meter, en de omgeving 360° scannen.

Dat is haar geluk geweest.

Ze zat op het dak van een auto. Zonder hulp was ze ten dode opgeschreven. Er was geen vlucht- of vechtreflex toen we haar van het dak haalden en meenamen naar huis. Eerste hulp bij een uit de lucht gevallen gierzwaluw: een doos, een handdoek, koelte, duisternis. Ze dronk wat en begon gaandeweg wat meer te bewegen. Buiten hoorden we hoog, scherp geschreeuw van haar familie. Ze wilde vast terug naar hen toe.

Enkel op de straat was er voldoende wind om een lancering te doen lukken. Ik zette de zwaluw op mijn hand, negeerde alle nieuwsgierige blikken, en bracht haar met gestrekte arm zo hoog mogelijk. De zwaluw klauwde zich vast aan mijn vinger, maar draaide zich niet in de wind. Zelfs niet wanneer ik op mijn tenen ging staan. Boven ons scheerde haar familie langs. Ik zou gezworen hebben dat ze daarop reageerde, maar haar lijfje werkte niet mee.

Ze vertrok die avond niet.

In het vogelopvangcentrum, VOC Neteland, namen ze haar de volgende ochtend met veel liefde aan. In de ruimte achter het onthaal waren er vier verzorgers druk in de weer met slachtoffers die al voor openingstijd aan de poort waren neergezet. Een man van een jaar of zeventig kwam binnenstrompelen, zijn T-shirt nat van het zweet. Het was nog niet eens negen uur. Hij nam een glas koud water en liet zich op een stoel zakken. Hij, de verzorgers achteraan en de man aan het onthaal waren drie van de meer dan 150 vrijwilligers van het centrum. De wederhelft en ik konden niet anders dan het hoofd buigen.

Ze was in goede handen.

Tijdens de administratieve afhandeling (naam, vindplaats, mailadres…) kreeg de man aan het onthaal zes telefoons binnen en alle zes gesprekken handelde hij even vriendelijk af met geruststellend advies of de wegbeschrijving naar het VOC in Herenthout. Bij elk nieuw telefoongesprek liep ik een rondje langs het winkeltje in de hoek en nam iets uit de rekken: een mok, een boodschappentasje, een sleutelhanger, een verjaardagskaart, een set potloden, en voor de zekerheid nog een tweede mok. Zes binnenkomende telefoons, zes aankopen.

Aan de balie hing een poster met de vraag om te doneren voor het nieuwe gebouw dat er moest komen. Daar hadden we, mede dankzij de zes telefoontjes, ruimschoots aan bijgedragen. De man achter de balie bedankte me. Niet voor de aankopen, maar voor het binnenbrengen van de zwaluw. Als de zwaluw het haalde, hadden we een leven gered. Als niet, dan hadden we haar een trage dood bespaard. Dan begon zijn telefoon opnieuw te rinkelen.

Met onze aankopen op de achterbank reden we gerustgesteld terug naar huis. Wat er ook van kwam: de zwaluw was toevertrouwd aan mensen die er hun tijd, kennis en hart in staken. En ook al hadden we geen idee wat we met de spulletjes op de achterbank moesten aanvangen: de mokken, de sleutelhanger, kaart en potloden waren de prijs van onze gemoedsrust. Achteraf bekeken een koopje.

Eén reactie op “Een zwaluw in de hand”

Plaats een reactie