De campingklever

Ik rende, met de zak pistolets onder mijn arm, naar de dichtstbijzijnde boom en realiseerde me te laat dat ik te dik was om me achter de stam te kunnen verbergen. Lichtjes in paniek keek ik om me heen en dook dan maar naar de grond. Gebukt bleef ik zitten achter een haagje dat twee standplaatsen op de camping van elkaar scheidde. Als de man de afslag naar zijn eigen caravan wilde nemen, dan zou hij me niet zien en kon ik snel aan ons ontbijt beginnen.

‘Pffhh… zie me hier nu zitten,’ zei ik stilletjes tegen mezelf. Hoe was het in hemelsnaam zo ver kunnen komen? Toegegeven, ik wist al vanaf de dag dat we op de camping arriveerden dat de man in zijn purperen T-shirt niet mijn beste vriend zou worden. Maar dat een gewone campinggroet tot zo’n gedoe zou leiden, had ik nooit voorzien.

Uitdrukkelijk groeten op een camping is gebruikelijk en wordt van alle gasten verwacht. Hoewel – en dat is enkel mogelijk bij wederzijdse consensus – sommigen na een kort taxerend oogcontact toch beslissen er geen energie aan te verspillen. Die mensen neigen ook vaker naar een knik met het hoofd, waarbij de lippen zacht op elkaar geperst worden en het contact zo kort mogelijk wordt gehouden. Maar meestal wordt er toch gesproken. Dat doe je in de taal van de passant – als je die kent. Is dat nog een mysterie? Dan gebruik je de landstaal van de plek waar je bent. En als je die taal niet machtig bent, dan mompel je gewoon “morgen.” De intentie van een gemompelde morgen begrijpt iedereen.

Smalltalk kan je dan weer gebruiken bij een naaste buur: ‘Mag ik je wasdraad gebruiken?’, ‘Stoort het dat ik de hangmat aan deze boom bevestig?’ Smalltalk wordt ook gebezigd tussen landgenoten – of op vakantie in eigen land; tussen streekgenoten. En zo werden we dus op dag één aangesproken door de man in de purperen T-shirt. Op dag twee hadden we door dat de man, woonachtig in Zwijndrecht, een campingklever was. Campingklevers zijn (meestal) mannen die rondstruinen op de camping, in alles een aanspreekpunt vinden, dat onderwerp in luttele seconden op zichzelf kunnen betrekken, zeer moeilijk te lossen zijn en daarom best te mijden. Deze man had daarbovenop zijn techniek geperfectioneerd door zijn hond (Wini) regelmatig te laten ontsnappen. Zij werkte met hem samen, stal de aandacht van een willekeurige campinggast en bleef er naast staan totdat de purperen T-shirt zijn prooi had gevangen. En met prooi bedoel ik niet Wini.

Ik kon die man niet aan op een nuchtere maag. Vandaar dus die duik achter de haag.

Ik was uitermate voorzichtig. Ik kon me beter wat langer gedeisd houden, dan mijn schuilplaats te verraden. Ik koppelde het nuttige aan het aangename en met een grote hap uit een van de croissants berustte ik in de situatie. ‘Wini! Wini!’ Ik verstijfde. De campingklever had – al dan niet moedwillig – zijn hond losgelaten. Ik drukte me met mijn rug tegen de haag maar ik had evengoed rechtop kunnen springen en beginnen zwaaien. Wini had me in een mum van tijd gevonden. In de ijdele hoop dat ze nog een ander slachtoffer zou vinden, bleef ik achter het haagje zitten en duwde haar van me weg. Het mocht niet baten. Ze bleef vrolijk blaffen.

De glimlach op het gezicht van de campingklever verbreedde van oor naar oor toen hij me zag. ‘Wat doe jij hier? Is er iets aan de hand?’ vroeg hij. Ik wees naar de grond en antwoordde: ‘Nee, nee, er is niets aan de hand. Ik, euh… ik, ik zag hier net een… een kikker! … voorbijspringen en ik wilde jouw hond van het beest weg houden.’ ‘Een kikker, zeg je? Wel ik zag gisteren een reusachtige pad en zo veel salamanders dat ze niet meer te tellen waren. Ik ken hier toevallig de beste plekjes in het bos. Zelfs de mensen uit het dorp komen me vragen waar ik die beesten altijd vindt. Je moet weten, de beste plaatsen in Europa om zo’n beesten te zien is in het zuiden. Ik ga elk jaar op reis naar Kroatië en je zal het niet geloven, maar daar is de omgeving zo weids en de kust zo mooi dat dat land je nooit zal vervelen. Wat ik daar allemaal heb meegemaakt…’ Ik wilde de man onderbreken, maakte aanstalten om door te gaan, maar hij positioneerde zich zo dat ik hem opzij had moeten duwen om daar weg te geraken. Dus bleef ik staan. De man vertelde onverstoord verder: ‘dus, die streek waar ik naartoe ga is zo rustig, én goedkoop dat ik vrienden van me vroeg ook naar daar te gaan…’ Ik keek hulpeloos naar onze tent in de hoop de aandacht van mijn wederhelft te kunnen trekken. Die had ik blijkbaar al: hij grijnsde ondeugend met zijn tas koffie hoog in de lucht gestoken. Ieder op zijn beurt, ieder op zijn beurt, hoorde ik hem al zeggen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: