Hondentaal

Vrijdagochtend, tien uur. De haarbal en ik verlaten het huis. Op het einde van de oprit scan ik de straat. Links van ons is er niemand te bespeuren. Ik zucht opgelucht; De eerste vijf minuten zullen alvast rustig verlopen. Aangekomen bij de hoek van de straat, kijk ik alle richtingen uit en kies die kant waar er geen andere honden zijn. Want van zodra de haarbal een andere viervoeter in de mot krijgt, kan hij zijn jeugdige enthousiasme niet meer onderdrukken. Een passage verloopt nooit – maar dan ook écht nooit – zonder gedoe.

We  bereiken het jaagpad. Terwijl de haarbal met zijn neus in het decor steekt, zie ik in de verte onheil naderen: een uit de kluiten gewassen hond die met zijn baasje op de wandel is. Er zijn voorlopig geen uitwijkmogelijkheden dus parkeer ik James langs de kant van de weg en laat hem naast mijn voet zitten. En blijven. Hij doet het voorbeeldig. In tegenstelling tot zijn soortgenoot. Grollend en met de haren omhoog komt ie dichterbij.

‘Mag heum is snuffele?’ vraagt de eigenaar van de groller. Ik aarzel en zelfs bij James is er van keer weinig animo te bespeuren. ‘Die ‘n van ulle is toch ne brave, hé?’ De absurditeit van de vraag dringt traag tot me door. Zwanst die man? Zijn hond staat op het punt de mijne te verorberen en het zou míjn viervoeter zijn die gevaarlijk is? ‘Deze wel. De jouwe daarentegen,’ antwoord ik. Pas dan lijkt de passant te beseffen dat we niet echt openstaan voor een verkennende snuffelronde. Met de lijn strak gespannen wandelen ze van ons weg.

Vrij,’ zeg ik tegen de haarbal en begin terug achter hem aan te slenteren. Er is niets leuker voor hem dan door de hoge graskant te struinen. Ik onderga het trage tempo vandaag en neem de omgeving helemaal in me op. Een boot. Paarse bloemen, gele bloemen. Een aanstormend peloton coureurs. Een scholekster. Een gepensioneerd koppel op elektrische fietsen. Een jogger. Huh? Wat loopt daar nu naast? Een kleine hond? Geïntrigeerd blijf ik naar het komische duo kijken.  Een onverzorgde man in trainingspak en een kleine Franse bulldog die – letterlijk – uit zijn vel lijkt te springen, komen ons achternagehold. Net wanneer ik dacht dat het vandaag niet veel gekker meer kon worden, stopt de man op een kleine afstand van ons, hijgend en met de handen op de knieën.

‘Kijk Maurice,’ hapt de man naar adem, ‘wat toevallig dat we een ander hondje op onze wandeling tegenkomen. En wat denk je, Maurice? Zou dat ander hondje met jou willen spelen? Wat? Wil je vragen of het hondje mee naar de hondenweide wil gaan? Dat zou je wel willen, hé Maurice. Met het hondje op de hondenweide gaan spelen. Zouden we het vragen?’ James is ondertussen extatisch, maar geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt dat ik hem op dezelfde manier zou aanspreken. ‘Ik denk dat James ook graag wil spelen.’ ‘De hondenweide is hier vlakbij,’ vergoelijkt de man zichzelf. ‘Dat weet ik. We wandelen wel even mee.’

Op de wei rennen de twee viervoeters als bezetenen achter elkaar aan. De man knoopt een gesprek met me aan. Dat hij zelden iemand op de hondenweide tegenkomt en dat dat zo jammer is. Hij polst naar waar ik woon, wordt euforisch als hij hoort dat we vlakbij elkaar wonen en stelt voor om vaker af te spreken op de wei. ‘Je kan bij mij komen aanbellen, ik ben altijd thuis. Je wandelt dan door naar de weide hier en ik ben er dan tien minuten later.’ Op hetzelfde moment zie ik dat Maurice mijn haarbal voor de derde keer langs achter probeert te pakken. De man ziet het ook en rent naar de honden toe. Hij graait naar zijn hond, mist, struikelt en gaat in een vloeiende beweging, net naast de honden, tegen de vlakte. Zijn hond verliest in de commotie zijn focus niet en blijft naar een opening zoeken, terwijl James – hijgend van vermoeidheid – naar een overvliegende duif staart.  

Waar ben ik terecht gekomen? Gefrustreerd roep ik: ‘Bijt dat mormel toch in de ballen!’ De man die ondertussen moeizaam recht kruipt, grijpt instinctief naar zijn kruis. Ik sla een hand voor de ogen en schud het hoofd. Waarom ben ik toch meegekomen naar deze hondenweide? Ik lok mijn haarbal met de magische woorden: ‘James Koek!’, lijn hem aan en maak me uit de voeten. Langs deze weg wandelen we nooit meer.

4 reacties op “Hondentaal”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: