Dans

Hoe we op de voorste rij waren beland is me nog steeds een raadsel. Misschien omdat de inkom vooraan in de zaal was. Misschien omdat de aanwezigen de geplogenheden van een concert vergeten waren. Misschien omdat niemand wist wat te verwachten. We hadden nochtans veel plaats gelaten tussen ons en het podium. Als ware een uitnodiging voor anderen in het publiek om voor ons te komen staan. Dan sta je niet zo te kijk. Dat gebeurde dus niet, maar zo hadden we wel een bijzonder goed zicht op de muzikanten. Iets waar de wederhelft altijd heel blij van wordt, omdat hij dan het vingerspel van de gitaristen kan zien – niet volgen.

Rewind. We waren met vrienden op een concert van een Cedric Maes die met een goede begeleidingsband covers speelde van de Rolling Stones, the Cramps, David Bowie, Elvis Costello, noem maar op.  Best songs in the world, heet zijn show, en het is een aaneenrijging van goede nummers die, op een enkeling na, niemand in de zaal kent. Dat is Maes’ concept en daar is ie best trots op. Alleen duurt het met zo’n concept even voor je de zaal meekrijgt en dat was in het cultureel centrum van Lier niet anders.

Op de voorste rij staan creëert verwachtingen. Het voelt alsof je de fitnessinstructeur bent die bepaalt hoe de zaal achter je reageren moet. De muzikanten op het podium maken bovendien oogcontact met je. Ze zoeken connectie en sporen je aan om mee te werken met het concert. Ik werd er ongemakkelijk van. De gitarist vroeg om te dansen, maar verder dan wat ritmisch van de ene op de andere voet huppen kwam ik niet. Het was ook alweer zo lang geleden dat ik nog ’s gedanst had.

De groepsdruk van de honderden mensen achter me deed me in mijn schulp kruipen. Maar goed daar kwam op een gegeven moment dus verandering in. Twee broers, ik schatte ze zeven- en achttien of zo, kwamen – Duvelglas in de hand – een halfuur voor het einde pal voor onze neus staan. De plaats was er. Die hadden we onbewust ook daar gelaten. Maar de moed (of overmoed) die de jongens met die verplaatsing aan de dag legden was de beste Duvelreclame ooit.

De weg was geplaveid. Een Duvel later kwam ook hun vader aanwaaien en in zijn kielzog de moeder. Die twee leken weggelopen te zijn uit het televisieprogramma ‘Little House on the Prairie’. Zij in een lange zwierige jurk met roze wollen gebreide vest en een héél lange vlecht. Hij in een oversized oude trui op een comfortabele wijde broek en lange grijze haren in een dunne paardenstaart. Op de eerste rij gaven ze het beste van zichzelf. Ze roken allebei naar patchoeli en dansten beduidend beter dan ik en deden dat tot de laatste noot.

Na het concert was er een fuif. De leeftijd van de dj weerspiegelde perfect de gemiddelde leeftijd in de zaal. De twee jongens trokken die heel erg naar beneden. De dames van de vestiaire trokken die recht evenredig heel erg naar boven. Waardoor alles mooi in balans bleef – zo rond de leeftijd van vijvenvijftig. Het dansen kwam stroef op gang. Er was ook geen echte dansvloer of zo, wat de terughoudendheid om te bewegen vergrootte. Tussen de vastgeroeste lijven zag ik wat schouders bewegen en hier en daar één durfal. Tot de dames van de vestiaire op de tonen van Barry White en Meatlofe het beste van zichzelf kwamen geven.

De twee jongens hadden – na wat hengelen bij hun vader die inmiddels ook beschonken was – nog een vierde of vijfde Duvel kunnen afsnoepen en wilden wat anders. Ze gingen heel erg old scool een verzoeknummer bij de dj aanvragen. Dat was Ace of Spades van Möterhead – iets wat hun vader zichtbaar trots maakte. De dj wachtte niet en mixte meteen de intro van het nummer over Heart of Glass van Blondie, waardoor we dachten dat de muziekinstallatie stuk was. Dat bleek achteraf niet zo te zijn.

Begrijp me niet verkeerd: Ace of Spades is een uitmuntend nummer, maar is een tijd, een plaats en een publiek voor. Bovendien speelde de dj het tot de laatste dertig seconden integraal uit (en geloof me: het was een lange versie), om dan die laatste dertig seconden het nummer te laten overgaan in een compleet on-dans-baar nummer van de Foo Fighters. De sfeer was weg. De goesting om nog te dansen ook.

Ik zag de dames van de vestiaire afdruipen en samen met hun vertrek zonk de moed de dj in de schoenen. En met de zoveelste mislukte overgang van Foo Fighters naar Anne Clark wisten we: het lag niet aan de muziekinstallatie. Het ging die avond niet meer goed komen. Einde in mineur. Mijn schoonzus zei dat ze wel op haar eentje in haar keuken ging dansen. Misschien moesten wat meer mensen dat proberen. Oefening baart kunst. Dat was een goed idee. Waar je ook bent: blijven dansen is en blijft een uitmuntend advies.

2 reacties op “Dans”

Plaats een reactie