Vooroordelen

Ze stapten vlak voor me de bakker binnen. Een moeder, sjofel, in afgedragen kleren, en haar zoon, die duidelijk gehaast was. In trainingspak en hippe sneakers, leek hij recht uit een videoclip van een Amerikaans rapperscollectief weggelopen te zijn. Inclusief blingbling: gouden kettingen en ringen aan zo goed als elke vinger. ‘Kies maar,’ zij hij tegen zijn moeder. Die stond bedremmeld naar de grond te kijken in de ijdele hoop dat ze erdoor zou kunnen zakken.

Ik voelde een plaatsvervangende schaamte en terwijl ik dat gevoel probeerde te verwerken werd er op mijn schouder getikt. Het was Lieve, de “vriendin” die ik na het debacle op de kerstmarkt liever nooit meer tegen het lijf was gelopen. Ook dat was ijdele hoop als je allebei in hetzelfde dorp woont. Een dorp met één bakker en één frietkot. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze. ‘Een brood kopen,’ antwoordde ik. Daarop verschoof Lieves aandacht naar de moeder en haar zoon.

De moeder kende ik van ziens. Ze woont in een van de armetierige woningen wat verderop in onze straat, waarvan ik – elke keer als ik er voorbijkom – denk: wat moet het er koud zijn. Of vochtig. Kil. Treurig. Ik denk niet dat de vrouw daarvoor ooit al ‘s bij de bakker was binnengestapt. Een brood kost er vier euro zestig en een pistolet anderhalve euro. Ik kom er omdat het de enige bakker is in het dorp. Schaarste doet vreemde dingen met mensen. Geld ook. Dat zou de jongeman bewijzen.

‘Kies dan Ma,’ zei hij ongeduldig. Ik zag dat zijn moeder zich kapot schaamde. Ze koos een lang wit brood. Dat was niet naar zijn zin. ‘We komen hier pistolets kopen, Ma. Koffiekoeken en taart en van die shit. Geen brood.’ Hij nam uit de koelkast achter me zes pakjes charcuterie en vroeg de bakkerin een mengeling pistolets te nemen, én vier koffiekoeken, én die appeltaart én die doos chocolaatjes. ‘Wat doe je?’ vroeg de moeder. ‘Ik trakteer, Ma.’ En dat deed hij. Cash.

Katholiek opgevoed  schoot me daar de parabel van de verloren zoon te binnen. Maar die kwam volgens mij berooid thuis terug aankloppen. Deze jongen had tonnen geld en alle cliché’s opgeteld – incluis de gepimpte bmw die voor de deur verkeerd geparkeerd stond – had hij de publieke opinie ongetwijfeld tegen zich. Drugs, fezelde Lieve in mijn oor. Bitcoins, fluisterde ik terug. Bendelid, repliceerde ze. Rijk getrouwd, wierp ik tegen. Mensenhandel – Producer. Diefstal – Beleggingen. Je bent naïef, zei Lieve. En jij vooringenomen, antwoordde ik.

’t Is allemaal makkelijk te verklaren wist de docent sociale psychologie, lang geleden. Zoals water de weg van de minste weerstand kiest, zo zijn wij voorgeprogrammeerd om de dingen rondom ons heen te interpreteren op manieren die onze eigen overtuigingen bevestigen. Het is een evolutionair feit dat het makkelijker is de slechte dingen in mensen te zien dan de goede. Iedereen met zijn eigen bias. Oordelen over die vooroordelen maakt me in hetzelfde bedje ziek.

Terwijl ik de Haarbal losmaakte viel mijn oog op de zestal jonge gastjes die kwamen toegesneld. ‘Hij was hier hé,’ zei de jongen met het skatebord. ‘Ja, ik heb hem gezien,’ antwoordde de kleinste. ‘Welke kant is hij uitgereden?’ vroeg er een ander. ‘Was dat die rapper?’ ‘Jaha, je weet wel die ene die in de gevangenis heeft gezeten.’ Lieve had het ook gehoord. Ze keek naar me met een veelbetekenende blik die zowel afkeuring als triomf verraadde. Ik glimlachte alleen maar, zag dat het verhaal complexer was dan alle voorbarige conclusies bij elkaar opgeteld en dacht: is het niet mooier om gewoon te kijken… zonder…

Eén reactie op “Vooroordelen”

Plaats een reactie