Het werd pas interessant. De hoogtewerker reed traag naar de wedstrijddrone die zich te pletter had gevlogen in het net dat de toeschouwers beschermde. Verder bewoog er niets. Niet op het parcours, niet aan de zijlijn. Zelfs de twee mannen in de hoogtewerker deden dat zo mat en lusteloos dat je medelijden met hen kreeg. ‘Hier gebeurt niets,’ zei mijn neef. ‘Hier ontbreekt begeestering,’ verbeterde ik hem. ‘Wat is dat: begeestering?’ vroeg hij. ‘Begeestering, jongen, is dat wat je hier niet vindt: enthousiasme, leven, gedrevenheid, vuur, gretigheid… Begrijp je?’
Dat deed mijn neef. Meer zelfs, de mannen in de hoogtewerker waren zijn hoogtepunt van ons bezoek aan het slotfestival van het Flanders Technology & Innovation Festival vorige week zondag. Gelukkig waren het gratis tickets geweest. Dat verzachtte de striemende koude wind op het terrein naast het Sportpaleis. Binnen had mijn neef, op minder dan een uur, alles gezien. Van de VR-brillen die niet werkten omdat de sufferds ze niet hadden opgeladen; tot de knullig nagebouwde kamer van de Code van Coppens. Er was een gameontwikkelaar die er wel zat maar ons liever niet te woord stond. En van de verschillende hogescholen hadden ze enkel de minst begeesterde docenten bereid gevonden zich op een zondag te engageren.
Mijn neef wilde terug naar huis. Dat vond ik het beste idee van die dag. Richting uitgang passeerden we nog een spiksplinternieuwe politiecombi, een hamburgerkraam, twee baanbrekende trucks van DAF en dan zag ik ze staan; De CO2-neutrale bus van Van Hool. Waar haalden ze het lef. De dag dat – vanwege gebakkelei om wat aandelen – een faillissement niet meer af te wenden was. De dag dat een van mijn meest dierbare naasten zijn job ging verliezen door de debiele onkunde van een stelletje ruziemakers. De dag dat elke reddingspoging onmogelijk bleek te zijn, omdat er geen garantie was dat het nieuwe kapitaal niet in de zakken van de familie Van Hool zou verdwijnen. Ze moesten zich schamen!
‘Je maakt dat ik me ga schamen,’ zei mijn neef. ‘Ga dan al wat verderop staan, want dit laat ik niet over mijn kant gaan,’ antwoordde ik. ‘Je gaat ze dat toch echt niet zeggen?’ ‘Wacht maar,’ zei ik en beende op de bus af.
‘Waar halen jullie het lef,’ zei ik tegen de twee mannen die in fluo hesje in de deuropening van de bus stonden. Het bedrijf gaat failliet en jullie staan hier met een CO2-neutrale bus! Alsof het een optie is dat je er nog een kan bestellen!’ De grootste van de twee wilde me onderbreken maar ik had nog veel meer te zeggen: ‘Hoe denk je dat de werknemers zich zullen voelen? “Oh,” hoor ik jullie dan zeggen, “er is job genoeg in de regio. Niemand zal lang werkloos zijn.” Die mannen verliezen hun tweede familie, hé. Ze gaan echt niet allemaal bij dezelfde werkgever aan de slag kunnen gaan. Wij, jullie, iedereen weet dat alle werknemers in de zak worden gezet! De nazaten van de grote mijnheer Van Hool zullen er geen boterham minder om eten. Maar een opzegvergoeding voor het werkvolk, how maar: daar is geen geld voor!’ Ik priemde met mijn vinger op de borst van de man. ‘Madamme, mag ik…’ ‘Nee, u mag niet! En ja ik weet dat u persoonlijk niet verantwoordelijk bent voor dat schandalig debacle, maar jij staat hen hier wel te vertegenwoordigen. Pik dit dus maar!’
De man begon het op zijn heupen te krijgen en duwde misnoegd enkele brochures in mijn handen. Ik kon ze niet weigeren, maar wilde ze ook niet lezen. Dus begon ik ermee te wapperen. Eerst ter hoogte van mijn schouder en dan demonstratief voor zijn neus. ‘Wat denk je, man? Één: ziet het er naar uit dat Van Hool ooit nog een bus gaat verkopen? En twee: zie ik er uit alsof ik kapitaalkrachtig genoeg ben om een bus te kopen?’ ‘Wij zoeken collega’s, mevrouw,’ zei de man op neutrale toon. ‘Wie?’ vroeg ik. ‘De Lijn, mevrouw. Wij zijn buschauffeurs van vervoersmaatschappij “De Lijn”. En nee, wij hebben er niet voor gekozen om, op een druilerige zondag, in een bus van Van Hool, onder het viaduct van Merksem, de les gespeld te worden door een hysterische vrouw.’ ‘De Lijn, zei u?’ ‘Buschauffeur in volle glorie.’ De man gebaarde naar zijn uniform. Daar had ik niet van terug, ik wist zelfs niet meer wat zeggen. Gelukkig was er mijn neef die me kwam redden. ‘Mijn tante is niet hysterisch meneer, hooguit wat begeesterd. Maar ik heb begrepen dat dat iets goeds is…’


Eén reactie op “Begeestering”
Geweldig! 😂😂😂
LikeLike