Flarden

Op de bus. In het park. Tussen de winkelrekken. De tafel naast me… Waar ik ook maar kon, ving ik flarden van gesprekken op. Fluisteringen van het alledaagse waren het, stemmen als ongrijpbare noten in een symfonie die nog geschreven moest worden. Want dat was het plan.

Dromen, emoties, schampere opmerkingen bereikten mijn geoefend oor waarna ik ze neerpende in mijn notitieboekje. Zoals Roald Dahl’s Grote Vriendelijke Reus dromen ving en in glazen bokalen bewaarde, zo ving ik woorden die ik in en tussen droedels verzamelde. En zoals de GVR zijn gevangen dromen in de kamers van kinderen blies, zo bracht ik de woorden en zinnen terug tot leven in mijn stukjes. Dat is alweer even geleden.

Ik weet niet waar de punt van mijn potlood afbrak.

Was het zetten van de kerstversiering het begin van de impasse?

Hopeloos op zoek welke richting ik na twee jaar uit moet met mijn stukjes, blader ik door het notitieboekje. Pagina na pagina ontspint er zich een kakafonie van onverenigbare zinnen. Het is duidelijk: hoe langer de flarden, zonder context, tussen de lijnen zweven: hoe minder bruikbaar ze worden. Want wat ik niet neerschreef zijn de nuance van de lach, de diepte van een zucht of de onuitgesproken betekenis van een pauze.

Dus ik slijp de punt van mijn potlood, met het voornemen me vast te klampen aan elke nieuwe conversatie die me bereiken zal. Om terug fluisteraar te worden van verhalen die niet de mijne zijn en ontmoetingen in een parallel universum te delen.

Natuurlijk; met elk goed voornemen volgt vroeg of laat de confrontatie. Het is winter, de feestdagen zijn voorbij en aan de andere kant van het venster regent het. Iedereen trekt zich terug in de cocon van de huiskamer. Er zijn geen stemmen of noten die opgevangen kunnen worden. Inspiratie blijft zoek. Kakafonie wordt voorlopig geen symfonie.

Het wordt tijd om de kerstversiering op te bergen en dan is het wachten op die eerste krokus…

3 reacties op “Flarden”

Geef een reactie op Leon Huylebroeck Reactie annuleren