Vogel voor de kat

In het middelpunt van een geromantiseerd leven vertelt hij verhalen en anekdotes die niet van hem zijn. Met stijl doet hij dat. We stellen ons luidop stropdas en aktetas voor. Zijn doffe ogen lichten op. De armgebaren worden weidser. Hij heeft in mij een toeschouwer gevonden. Vanop de eerste rij mag ik getuige zijn van zijn strapatsen en zeges. Wat hij allemaal niet heeft meegemaakt…

Goh, wat hij allemaal niet heeft meegemaakt…

Het was malchange madame. Hij wil er niet dieper op ingaan. Beeld je maar niets in, madame. Jouw verbeelding tart de werkelijk, het is niet andersom, zegt hij. Ik weet waar hij op doelt. Hij wil groot zijn. Voornaam. Hij heeft er de hersens voor. Waarom zou ik het laatste grammetje waardigheid dat hij nog heeft van hem willen afnemen?

Hij weet niet wat ik weet. Dat ik alles weet.

Hij slaapt op de zetel bij een kameraad, liegt hij. Ik weet dat hij elke avond zijn tentje opslaat in het struikgewas in de berm van de autostrade. Het is maar voor even, de moeder zal snel terug zijn, stelt hij gerust. Ik weet dat ze aan de drugs zit en zich in een kraakpand schuilhoudt. Het is niet voor even. Ik weet ook dat hij vorige nacht, onder het geraas van de vrachtwagens, werd bestolen. Gevallen met de step, madame. Hij kreeg rake klappen.

Nee madame, zo erg is het niet.

Instellingsverleden: het is een stempel die we gebruiken. Een dik, vet, allesomvattend onderscheidingsteken dat symbool staat voor een miserabele jeugd zonder kansen. Zonder liefde. Dat staat voor een ellenlange lijst van pleeggezinnen en instellingen, kriskras verspreid over het land. Het staat voor schooljaren die nooit zijn afgemaakt. Het staat voor verliezen en afgeven. Steeds opnieuw. Totdat je achttien bent. Vanaf dan sta je er alleen voor. Zonder kansen. Zonder liefde. Met een ellenlange lijst van adressen waar je even op de zetel kon crashen. Kriskras verspreid over het land. Het staat voor werk dat je nooit hebt kunnen volhouden. Het staat voor verliezen en opgeven. Want dat doe je…

Uiteindelijk geef je op.

Kinderen kiezen niet uit welke broek ze geschud worden. Hier zit ik tegenover een jongen, machteloos, want er zijn geen middelen. Uit wanhoop glimlach ik naar hem. Hij ziet iets. Zijn houding verandert. Hij weet wat ik weet. Er verschijnt paniek in zijn ogen. Waarom zou ik dat laatste grammetje waardigheid van hem willen afnemen? Hij wil weglopen.

Vluchten, de strategie die het minst pijn doet.

Ik herpak me. Blijf je, vraag ik, en vertel nog eens van die keer dat je je prof voor de gek hield bij de presentatie van jouw eindwerk. Dat verhaal ken je, antwoordt hij. Ik ken er een beter. Heb ik je ooit verteld van onze reis naar de Côte d’Azur? Mijn vader reed er in één trek naar toe. In de cabrio. Ik zat met mijn zusje op de achterbank. Mijn moeder haar lange haren wapperden in onze gezichten. Mijn zusje zong de hele tijd liedjes van K3. Vréselijk was het. Maar toen we daar aankwamen…

Goh, toen we daar aankwamen…

2 reacties op “Vogel voor de kat”

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren