Terras

Hier zitten we op een veilige plek. De wederhelft en ik nippen van ons glas wijn. Meegebracht uit de Moezelstreek. Duitsland. Daar is het ook veilig. Ik betrap de wederhelft erop dat hij voor de tweede keer voor zichzelf heeft bijgeschonken. ‘Je bent mij nu al twee keer vergeten,’ stel ik vast. ‘Ik heb je twee keer óvergeslagen. Dat is niet hetzelfde,’ antwoordt hij. We lachen. Dat kan. Want we zitten op een veilige plek. Een terras van een rijhuis in een boerengat. Ver genoeg van de haven van Antwerpen om de rookpluimen wel te zien, maar de paniek niet te horen. Die is er vooralsnog niet, want het is hier een veilige plek.

De buurman zet een ladder tegen zijn achtergevel en kruipt met wat werkgerief het dak op. ‘Duurt maar even,’ verontschuldigt hij zich. Hij ziet geen rookpluimen. Geen gevaar. Hij staat er veilig. Doet zijn ding. Van een paar tuinen verder klinkt er vanuit het niets plots het nummer “Kom van dat dak af”. ‘Jaja, ‘t is al lang goed!’ schreeuwt de buurman naar beneden. We lachen allemaal. Omdat dat kan. Want we zijn veilig, hier in ons boerengat. En we kunnen ons storen aan kleinigheden, zoals die vreselijke muziek die maar niet stiller wordt gezet.

De wederhelft en ik zetten dan maar zelf muziek op want de “Basketsloefkes” van Sam Gooris die volgen op Peter Koelewijns waarschuwingen vinden we maar niets en “De Bom” van Doe Maar maakt ons droefgeestig. In plaats daarvan luisteren we naar genres en artiesten die naar elkaar zijn toegegroeid en zich in een bijzondere tweestemmigheid hebben verstrengeld in een gemeenschappelijke soundtrack. Samen luisteren en ontdekken we. Het is verrassen en verrast worden. Daar is ruimte voor. Want hier op ons terras hoeven we niet op een krakende FM-frequentie te luisteren naar radiobulletins met updates en waarschuwingen.

Hier op het terras stellen we gewoon vast dat er nieuwe muziek wordt bijgemaakt, en bijgemaakt, en dat oude muziek plaats moet ruimen en wordt vergeten. In platenkasten, op radiostations, in onze hoofden is er niet genoeg ruimte, niet genoeg tijd om alles te blijven spelen. We klampen ons vast aan nummers uit onze jeugd, maar ook die jeugdjaren schuiven met elke generatie wat verder op. Zal Elvis vergeten worden? Zal Nick Caves universum vervagen? Wie wel? En wie niet? Het zijn vragen die we ons kunnen stellen omdat er hier geen dreiging is. Geen gevaar.

Net zoals er altijd maar nieuwe muziek blijft bijkomen, lijken er ook elke week nieuwe oorlogen te beginnen. Oude en niet zo oude verdwijnen geruisloos naar de achtergrond. De verhalen van de slachtoffers in Soedan, Myanmar, Ethiopië bereiken ons niet. Niet hier op ons terras. Niet in de krant. Niet op het tv-journaal. Is dat omdat er daar geen olie is? Geen belangrijke zeeroute? Ondertussen blijft Napoleon opduiken in boekenlijstjes en op Canvas. Wie bepaalt welke oorlogen worden vergeten en welke niet. Vroeger. Nu. Later.

Het wordt stiller in het dorp. De buurman is van zijn dak af. De muziek zakt weg naar de achtergrond. Een roodborstje komt op de rand van het terras zitten. De haarbal strekt zich uit op het gazon onder de seringenboom. De wederhelft ontkurkt een tweede fles wijn. ‘We zitten hier goed,’ zegt hij. Ik knik. Niet omdat het overal in de wereld goed is. Maar omdat het hier, op ons terras veilig is. Omdat de wederhelft en ik beseffen dat veiligheid en onveiligheid iets is wat je overkomt. We heffen dankbaar ons glas. En ondertussen hoop ik vurig dat de oorlogen van vandaag als voetnoten uit de geschiedenis zullen verdwijnen zoals oude liedjes uit een playlist.

Plaats een reactie