De overtreffende trap

Maandag was de buschauffeur onthutst. Dinsdag de fans verontwaardigd. Woensdag waren er schokkende beelden. Donderdag volgde een mogelijk nooit eerder geziene waarschuwing en op vrijdag zagen we de prins nog nooit zo emotioneel. Gewaagd. Grote zorgen. In de clinch. Topje van de ijsberg. Woest! Het is maar een klein samenraapsel uit de krantenkoppen die ik deze week zag passeren. Superlatieven zijn er te kort en toch worden er elke dag andere verzonnen. Forser, straffer, zwaarder.

Komkommernieuws is het nieuwe normaal geworden. Vaak vraag ik me af wie er beter wordt van die artikels. Hartvreterij is het. Opjutten van de lezers ook. Kritische vragen worden niet meer gesteld. Het weerwoord en de factcheck (zo eentje in de kantlijn) hebben plaatsgemaakt voor reclame. Letterlijk iedereen krijgt een platform en alles is een schandaal. Ik heb het er wat mee gehad. Het boeit me niet en tegelijkertijd kan die bladverspilling me mateloos opboeien.

Zo stond eerder deze week in de gazet het schrijnende verhaal van de zevenentwintigjarige studente Lien. Te jong was ze om haar vader te verliezen. Ik wens haar en haar familie veel sterkte in deze moeilijk tijd. Maar daar ging het artikel niet over. Het draaide om de erfbelasting die ze moest betalen. Meer dan honderdvijftigduizend euro moest ze aan de staat. “Moet ik nu alles waar mijn vader zijn hele leven voor heeft gewerkt zomaar verkopen?” vroeg ze zich af. Wel Lien, nee: niet “alles”. Er werd een woonhuis, een studio aan zee, een autostaanplaats, twee garageboxen en nog een lap grond aan jou overgelaten. Het zal wel meevallen.

Ik ben me ervan bewust dat de erfbelasting een discutabel onderwerp is. Want op alles waar we erfbelasting op betalen, is er eerder al eens een belasting geheven. Moet dat echt twee keer, is een terechte bedenking. Anderzijds, een erfenis is geld dat je krijgt en waar je zelf geen sikkepit voor hebt uitgevoerd. Sneu dat je niet alles krijgt, het mag altijd wat meer zijn. Toch, is het solidariteitsprincipe waarop onze maatschappij stoelt dat niet waard? Daar kan Lien zich ongetwijfeld in vinden, mag ik hopen. Zeventwintig is ze en nog altijd aan het studeren. Dankzij dat solidariteitsprincipe. Zonder studentenlening zoals in andere landen. Ik gun het haar, echt waar, maar laat ons een kat een kat noemen: veel zal Lien tot hiertoe nog niet hebben afgedragen.

In het artikel – deze journalist had zijn werk wel gedaan – werd ook de belastingdienst aan het woord gelaten. De belastingtarieven blijken progressief te zijn en stijgen dus naarmate het inkomen groter wordt.  Er zat een voorbeeldje bij (zo eentje in de kantlijn). Ik kon het niet nalaten en vond de tijd om het even uit te rekenen. Het gaat over een erfenis van een dikke zevenhonderdduizend euro, waarvan Lien dus honderdvijftig moet laten vallen. Tja, wat kan een mens dan nog zeggen,  honderdvijftigduizend euro is veel geld. Zevenhonderdduizend ook.

Lien had dat geld niet, liet ze opschrijven, want “banken geven geen leningen aan studenten”. Intriest was het. Daarna kwam de aap uit de mouw: Lien had een plan. Zonder blozen, de schaamte voorbij, was ze met een crowdfunding gestart. Toen ik dat las liet mijn rechtvaardigheidsgevoel mijn hersenen minutenlang zinderen tot ook mijn zenuwuiteindjes begonnen te tintelen. Ditmaal moest ik na het opwinden (hoe wereldvreemd kan je zijn?), ook terug afwinden en dat deed ik door in mijn pen te kruipen.

Ik ook heb mijn portie superlatieven gehad deze week. Want maandag was ik onthutst te horen dat Candi, acht is ze, liever op de grond slaapt dan in het eenpersoonsbed dat ze moet delen met haar jongere zusjes. Dinsdag verontwaardigd omdat Jason, de dag dat hij achttien werd, bij zijn pleegouders is buitengezet omdat ze geen pleegvergoeding meer ontvangen. Woensdag nog was ik geschokt te zien dat de studio van Nazir eigenlijk een omgebouwde garage is die hij deelt met een man die hij niet kent. Donderdag las ik de laatste waarschuwing van een gerechtsdeurwaarder en vrijdag werd ik zowaar emotioneel bij het zien hoe een gezin oorlogsvluchtelingen onderdak had gevonden bij landgenoten van hen in onze stad.

Dus beste Lien, stop met naar jouw navel te staren en verkoop alsjeblieft een garagebox of twee. Misschien die lap grond ook. Wandel eens een dag in mijn kielzog. Kom je blik verruimen in de voetsporen van een maatschappelijk werker in de stad. Kom kijken in welke erbarmelijke omstandigheden de mensen hier wonen. Kom mee centjes tellen. Kom een keer voedselhulp uitdelen. Want als er iemand een crowdfunding kan gebruiken, dan zijn dat één voor één: Candi, Jason, Nazir, al hun lotgenoten en alle ontheemde oorlogsvluchtelingen die over deze aardkloot ronddolen.

5 reacties op “De overtreffende trap”

Plaats een reactie